Het rek-repertoire

monsterlijke discussieElke dag voor het slapengaan, grijpt mijn dochter alles aan om het moment dat mama de deur dicht doet nog even uit te stellen. Ik kan me dat wel herinneren, dat gevoel dat je er weer alleen voor ligt. Dus begin je over honger en dorst en monsters die door het raam naar binnen komen. Voor mij als moeder is het inmiddels een sport geworden om haar enigszins gerust te stellen en toch zo snel mogelijk die deur achter me dicht te kunnen trekken. De koffie roept tenslotte. Maar dat valt nog niet mee…

Het rek-repertoire bestaat op dit moment uit:

  • “Ik heb zo’n verschrikkelijke dorst” (Ook al heeft ze net twee glazen achterover geslagen)
  • “Je moet me op mijn rug kriebelen, ik heb zo’n jeu-heu-heuk!” (Brullen als je daar ‘vandaag geen tijd voor hebt’ natuurlijk)
  • “Ik wil een andere pyjama aan.”
  • “Maar ik moet zo nodig poepen.” (En dan komt er niks. Ik zou willen dat ik haar kon dwingen op zo’n moment!)
  • “Maar wat als er een monster komt?”

Okee, die laatste is de finale. Ik moet zeggen, met deze sport zou ik inmiddels een gouden plak hebben kunnen verdienen.

“Monsters bestaan toch niet?” is standaard mijn eerste reactie. Tegelijkertijd zóu het kunnen dat ze voor haar realiteit zijn en vind ik angst iets heel ongrijpbaars. Zelf ben ik als kind veel bang geweest dus ik wil haar niet aan haar lot overlaten maar wel pedagogisch verantwoord handelen. Ik heb wel eens gelezen over monsters verjagen die er niet zijn. Ik zie mijzelf al met een bezem onder het bed porren en roepen dat-ie nu toch echt moet opzouten. Tsja. Dat zou ik lastig vinden, dus ik probeer zo’n bizarre situatie voor te zijn. Ik ben meer van de woorden dan daden, dus ga het gesprek met haar aan.

“Wat moeten we dan doen, als er een monster komt?” vraag ik mijn dochter.
“Dan moet papa hem dood maken, buiten. Dat kan best.”
“Maar hoe kun je nou een monster doodmaken als hij niet bestaat?”
Ze rolt wat met haar ogen terwijl ze denkt en wiebelt heen en weer op haar bed. Tenslotte zegt ze zacht maar resoluut, inclusief een kleine glimlach om haar mond: “Nou, dat kan niet, dus dat hoeft ook niet.”

1-0 voor mama! Ze voelt dat ze terrein verliest en trekt een zielig gezicht. “Wat als hij dan door het raam naar buiten kruipt?” Ze bedoelt natuurlijk binnen, maar daar wijs ik haar niet op. “Dat is toch handig!” Ik klap enthousiast in mijn handen. Ze kijkt me stomverbaasd aan. “Dan is-ie toch mooi weg? Dat is toch goed?” Ze zucht. Ze bedoelt naar binnen.
“Dan wijs je hem de weg naar de keuken.”
“Waarom?”
“Omdat monsters van koekjes houden, wist je dat niet? Net als koekiemonster.”
“Oh ja!” roept ze opgelucht, “van Bert en Erwie.”

“Maar wat als er een beer komt?” probeert ze toch nog.
“Je weet toch dat beren van honing houden? Net zoals Winnie de Poeh. Stuur ‘m maar naar de keuken.”
Dochterlief gaat liggen en lijkt bijna gerustgesteld. “Maar dat durf ik niet.”
“Jawel joh! Zeg maar dat de honing in een pot naast de hagelslag staat. En dat het van mama mag! Welterusten.”
“Welterusten.”
Ik hoor haar zachtjes giechelen als ik de deur achter me dicht trek.

Foto: Filipe Patrocínio @ Freeimages.com

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestEmail this to someonePrint this page

Reacties

  1. Haha, ik heb echt zitten lachen. Wat grappig van je. Je neemt haar ergens serieus en anderzijds overtuig je haar en kun je snel weg.
    Bedankt voor het delen. Dit zijn leuke momenten om te koesteren.

    Enne… dat kopje koffie… Lijkt me zomaar heel erg leuk. Ik ga je mailen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *