Mama Challenge #4: een kantelpunt

positief opvoeden - zon breekt doorStel je een besneeuwde bergtop voor die je aan het beklimmen bent. De weg is bevoren en erg stijl. Je hebt weinig houvast. Zodra je twijfelt of opgeeft, glijd je een flink stuk naar beneden. Totdat je de grip weer krijgt en je je weg vervolgt. Zo voel ik me nu.

Op een zwak moment komt dat positief moeten opvoeden erg ongelegen. Als ik moe ben of het lukt me niet om mijn zoon uit die negatieve situatie te krijgen. Ik glijd direct weer af in oude patronen en hij volgt natuurlijk mijn voorbeeld. Ik herpak me inmiddels sneller dan eerder, maar ik ben er nog niet. We hebben de smaak wel steeds meer te pakken en zien meer positief gedrag. Wat geeft dat een voldoening! Toch is het probleem niet ineens opgelost. We mogen nu niet opgeven. De afgelopen week ging best goed, maar voelde wel als doorzetten. Alsof we op een kantelpunt zitten.

Klieren, klagen en jammeren

Het was een zondagochtend. Naar de kerk gaan op zondag is voor ons een gewoonte en ik ga met plezier, ook als mijn man aan het werk is en ik dus alleen moet. Ik zie mijzelf alleen nog niet in mijn eentje met drie kinderen en onregelmatige voedertijden gaan. De kinderen hadden net gegeten en mochten gaan spelen. Ik nestelde me met mijn ontbijt en mijn slimme telefoon op de bank, zodat ik de kerkdienst live kon volgen. De kinderen hoorden het geluid van mijn telefoon en hingen direct aan mijn lippen. “Mama, wat ga je doen?”, “Mag ik nu eindelijk eens angrybirds doen?” en “Mogen we een filmpje kijken?” Ik legde uit wat ik ging doen en dat ze lekker mochten gaan spelen. Ze dropen af, want naar de kerkdienst kijken vinden ze maar niks.

Al snel begon het gekibbel. Alsof ze voelen dat je je aandacht even ergens anders op wilt richten. Speelgoed afpakken, treinrails slopen, kopstoot geven, huilen bij alles… ik werd er gek van! Met name mijn zoon heeft hier een handje van nu hij constant vraagt om aandacht, indirect van mij. Hoe vaker ik boos word, hoe vervelender hij wordt. Uiteindelijk kwam hij deze zondagochtend die zo rustig begon, in de klaagmodus. Inclusief iedereen pest mij, en ik doe niks, jullie zijn niet lief, ik ben heel boos op jullie, ik ben verdrietig, ik mag ook nooit wat en jullie zijn rotkonten. Jammeren, jammeren, jammeren. En dat ging maar door.

Nu ik mij in het kader van deze Mama Challenge oefen in geduld en positiviteit, kun je best een potje bij mij breken. Maar alsjeblieft… begin niet met jammeren! “Je bent niet zielig, je bent schijtvervelend!” Maar zoiets mag je natuurlijk niet zeggen. Pedagogisch totaal onverantwoord. Daarom probeerde ik mijn oudste rustig uit te leggen dat ik boos word als hij niet naar me luistert. Het hielp niet. Ik zei dat we het gezelliger met elkaar hebben als hij ook wat vrolijker probeert te doen. Het hielp niet. Ik zei dat hij anders beter boven kan gaan spelen. Hielp ook niet. Ik mocht zelfs niet meer op zijn feestje komen. Ik hield het niet meer en zei dat niemand op je feestje wil komen als je zo zeurt, zit je daar mooi in je eentje. En dat kinderen je juist gaan pesten als je zo lelijk doet en zielig doet. Okee, dat was een brug te ver en het hielp helemaal niks. Ik dreigde hem buiten te zetten, want hij ging maar door. Maar hij ging al, gelukkig. Zijn zusje wilde mee. Ik probeerde verder te kijken naar de kerkdienst (waar ik nog totaal niets van mee had gekregen) terwijl ze hun schoenen aantrokken. Ik hoopte maar dat ze elkaar net buiten mijn zicht en gehoor zouden afmaken. Had ik tenminste rust.

Tot de maan en weer terug

Toen ik even naar de keuken liep, ging zoonlief net richting de buitendeur. Hij keek verdrietig en een beetje boos, en niet op een ik-ben-vandaag-zo-zielig-manier. Ik ging op mijn hurken voor hem zitten en pakte hem vast bij zijn bovenarmen. “Ik houd van je tot de maan en terug, maar je moet wel naar me luisteren.” Hij zei dat hij nog steeds tienduizendtriljoenmiljardhonderd keer tot de maan en terug van mij houdt. Zijn gezicht stond onveranderd op de verdrietig-boze stand. Ik zei dat hij voor mij de liefste van de wereld blijft, hoe vervelend hij ook doet en dat hij altijd op mijn feestje mag komen. En dat ik het helemaal niet leuk vind als hij verdrietig is. Met enige weerstand van zijn kant trok ik hem tegen me aan. Ik wist zeker dat hij huilde, maar ik hoorde geen gejammer en geklaag meer. “Zul je het nooit vergeten?” Hij beloofde het. Hij droogde zijn tranen af aan mijn vest. Samen met zijn zusje ging hij gezellig buiten spelen. De lieverd.

En nu doorzetten

Dit zijn de schaarse mooie momenten die me gemotiveerd houden. Dat ik tot hem doordring en hij zijn echte gevoelens ventileert, zonder bombarie. Helaas is de realiteit dat ik mijn kont niet kan keren, of het etteren begint weer. Hij zoekt constant de grens op, vraagt veel om aandacht. Hij kan zichzelf niet meer vermaken, iets waar kinderen schijtvervelend van worden en ouders heel wanhopig. Ga wat doen! En voor je het weet, glijd je weer af. Totdat je weer grip hebt, maar dat vraagt veel energie, aandacht en geduld. Het blijft glad op het moment en we moeten doorzetten. Stukje bij beetje ontdooien hij, wij en daarmee deze hele situatie. De zon breekt gelukkig al door. Ik kan niet wachten tot de lente komt!

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestEmail this to someonePrint this page

Reacties

  1. Annemiek

    Ik kan me heel goed voorstellen dat je er af en toe goed moedeloos en wanhopig van wordt. Maar houd vol, je bent bijna aan de top van de glibberige, besneeuwde heuvel! Overigens hoef je die top natuurlijk niet in één keer te bereiken hè, je mag best een keer vallen onderweg. Zolang je maar weer opstaat en dapper verder klautert! :-)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *