Op stap met de kinderen

autoEen dagje op familiebezoek met de kinderen kan heel leuk zijn. Van tevoren is het zeker gezellig, want dan valt er nog wat te winnen. “Tsja, als jullie zo’n ruzie blijven maken, gaan we niet hoor.” En prompt sluiten ze vrede. Op ons gemakje verzamelen we de spullen voor onderweg (luiers, drinken, speelgoed, iets voor als het warm wordt of juist koud, enzovoorts). Iedereen gaat gemotiveerd nog even plassen, we zwaaien naar de heer des huizes (want die moet werken, de bofferd) en we kunnen gaan. Muziekje aan. Alles pais en vree. Ik geniet ervan zo lang het duurt, want ik weet dat de rest van de dag een langzame aftakeling is van deze gezellige sfeer en de terugweg een regelrechte ramp kan worden…

Kinderen worden nou eenmaal moe van warmte en zon, eindeloos spelen en veel te veel aandacht van anderen. Als het bijna etenstijd is, loopt de spanning hoger op. Ze hebben trek en vermaken zich niet meer. Wij eten de laatste tijd steeds vroeger om dat te doorbreken. Ideaal. En dan kunnen ze daarna nog even spelen, wat dan wel weer rustiger en gezelliger verloopt. (Of je knikkert ze er extra vroeg in, dat kan natuurlijk ook) Vandaag wordt de barbecue aangestoken en ik maak wat salade en bak de stokbroden.

Gezellig, zo’n barbecue

Mijn dochter vindt een plantenspuit en sprayt er lustig op los. Plantje hier, plantje daar, maar vooral bij de barbecue. Meerdere keren wordt ze weggejaagd, maar ze vindt binnen enkele seconden haar weg giechelend weer terug. We mogen blij zijn dat die barbecue nog op temperatuur is gekomen.

Handen wassen en aan tafel. Strijd om wie waar mag zitten. Hele onderhandelingssessies; ik heb er geen zin in vandaag. De tafelschikking staat vast en het eten komt op tafel. Wat een rijkdom! Wat ik me daarbij wel afvraag: zijn alleen mijn kinderen bang dat ze iets tekort komen? Wanhopig vragen ze om allerlei lekkernijen die op tafel staan. “Ik heb nog niks op mijn bord” snikt mijn dochter van drie. Mijn zoon heeft zichzelf al vier behoorlijke stukken vlees opgeschept en piept dat hij ook wil wat ik op mijn bord heb liggen. Ik verhef mijn stem: “Ja joh, dat vind ik nou ook. Moet je kijken hoeveel vleesjes jij op je bord hebt liggen. Kijk, mama heeft ook een klein stukje (het was echt zo). Logisch dat ik die ook nog aan jou geef! Dat is echt super eerlijk. Dan heb jij zoveel (ik wijs dreigend naar zijn bord) en wij helemaal niks! Wat een goed idee van jou!” Ja, zo ging het ongeveer. Lekker pedagogisch onverantwoord? Ik dacht meer aan motiverende gespreksvoering. :)

Ze krijgen een ijsje toe. De gastvrouw gaat rond met de doos. “Ho, ho, eerst de gasten!” verklaart mijn zoon stellig. Ik schaam me kapot. Want wij zijn de gasten. Van wie leren ze dit soort dingen toch?

Afscheid en vertrek

Ik wil weg. Het is nog een uur rijden en morgen is er weer een gewone schooldag. Direct na het eten probeer ik de kinderen klaar te maken. Dat valt niet mee met twee kinderen die allebei Oostindisch doof zijn, waarvan de één alles zelf wil doen en de ander bij elke nieuwe prikkel is afgeleid. Oja, en de jongste wil nog even aan de borst drinken.

Trek je broek aan, naar de wc, opnieuw je broek aan dan, knoopje dicht, ik wil het zelf doen, nee nu doet mama het even, nee dat kan ik best (het duurt voor mijn gevoel een eeuwigheid), en nu wil mama het doen, nee, 1-2-3, brullen, mama doet het knoopje dicht, doe nu je schoenen aan, doe je schoenen aan, nee niet gaan spelen, doe je schoenen aan, ik wil dat je nu je schoenen aandoet en anders ga je maar mee zonder schoenen, goed zooo, wat fijn dat jij dat allemaal al zelf kan (niet dus). Ik poets de tanden van de kinderen vast, zodat dat straks thuis niet meer hoeft. Ja, ik ben een ervaren moeder. Ik weet inmiddels dat als ik dat nog bij thuiskomst moet doen, de kleine mensen linea recta achter de spachtelputz belanden. Eenmaal thuis zijn we het namelijk allemaal zat. Dat escaleert grandioos, als je niet uitkijkt. En ik kijk dus liever uit…

De kinderen in de auto krijgen is ook een sport. Er passen drie schatjes op de achterbank, waarvan één in een maxi cosi. Die moet als eerste. De oudste zoon van zes mag in het midden. Vanwege praktische overwegingen maar ook omdat ik zijn zusje niet vertrouw met het jongste schatje. Simpel. Zijn zusje zit dus bij het andere raam. Wat een gehannes met de autogordels! Terwijl ik ze vast probeer te maken, leunen ze voorover om hun speelgoed te kunnen pakken. Ik duw ze terug en zeg dat ik ze zo niet vast kan maken. Maar dat speelgoed moet je natuurlijk nú hebben, je bent een kind of niet. Dus hop, ze leunen weer naar voren als ik het bijna voor elkaar heb gekregen om de gordel vast te klikken. Argh!

We zwaaien en toeteren nog even. De oudste twee beginnen aan een lief spel. Ik denk letterlijk: ze nu niet storen, elke minuut rust is meegenomen. Wat een wijsheid, want enkele kilometers later begint de ellende. Duwen, trekken, plagen, spugen, napraten, afpakken, sorry zeggen, weer afpakken…

Er klinkt gesmak achterin de auto. Ik vraag aan mijn oudste zoon die in het midden zit, wat zijn kleine broertje aan het doen is. “O die eet zijn teen op,” antwoordt hij luchtig. Vervolgens spelen de grote broer en zus ook dat ze baby zijn en beginnen aan hun tenen te sabbelen. “Nee, dat is toch niet lekker?” zeggen ze met een lieve stem tegen elkaar. Ik hoor mijzelf terug. In hun geval ís het ook echt niet lekker. Ze lopen de hele dag met hun blote voetjes door de tuin, oeps de straat op, naar de wc waar er soms ook nog wel eens wat naast drupt, en ga zo maar door. Ik word een beetje misselijk.

zindelijkheidstrainingPlassen

“Mama, ik moet plassen!”gilt een hyperactieve peuter achterin in de auto. “Ik kan het niet meer ophouden!” Sinds we oefenen met mijn dochter om geen luier te dragen, wat in gewone situaties best goed gaat, vergeet ik dat een lange autorit soms net even teveel kan zijn. Mijn hart klopt in mijn keel en wanhopig zoek ik naar een tankstation, parkeerplaats dan, afslag desnoods, maar ik moet concluderen dat er nergens een fatsoenlijke gelegenheid is om te plassen. Als ik vanwege de hoge nood de vluchtstrook overweeg, hoor ik een andere ‘mama’ antwoorden. In de gedaante van mijn oudste zoon dan. “Nee Barbie, hier is de wc.” En hij reikt de Barbie van zijn zusje een speelgoedtoilet aan. De goeierd. Net op tijd. Ik trek mijn stuur recht en slaak een zucht van verlichting. Wel denk ik er meteen achteraan: ik wil zo snel mogelijk thuis zijn voor dochterlief het in het echt ook echt niet meer houdt.

Omleiding

Als we bijna bij onze laatste afslag zijn, zien we dat deze is afgesloten. We volgen braaf de borden maar raken bij de volgende afslag in de war. Moesten we hier nou links aanhouden of rechts. Het bord wijst rechtdoor. De tomtom zegt links aanhouden. Dan zal dat wel niet kloppen, denk ik, die leidt ons natuurlijk naar de afsluiting terug. Ik gok op rechts. Het blijkt de verkeerde keuze. Ik zie de aankomsttijd op de tomtom verspringen naar een halfuur later. Slik. Wat als ze nu echt moet plassen? Ik probeer mezelf tot kalmte te manen en vertrouw vanaf nu blindelings op de navigatie, besluit ik. De kinderen zijn onder de indruk dat we zo verkeerd zijn gereden. Ik hoor angstige kreten over dat we niet meer thuis kunnen komen. Ik ga het door alle stress ook bijna geloven. Toch hoor ik mijzelf zeggen: “De tomtom wijst ons de weg wel.” Wat een geloof. Het klinkt echt belachelijk. Maar ik heb gewoon geen idee meer waar ik ben en waar we naartoe rijden. Als onze eigen afslag – na een lange omweg – in zicht komt, zijn we allemaal oprecht opgelucht. “Nu wel goed opletten hè, mama?” klinkt het vanaf de achterbank. Fijn, zo’n zoon.

Alle kinderen naar bed

Thuis parkeer ik de auto pontificaal voor de deur. Ik hoop maar dat de buren dat niet erg vinden. De kleinste is het makkelijkst, die pluk ik uit zijn maxi cosi, we wisselen nog wat lieve geluidjes en dan leg ik hem in bed. Brullen natuurlijk, dat kind is compleet overprikkeld met zo’n broer en zus in de auto. Ik laat hem maar even, hij moet echt even landen. Ondertussen moeten de andere twee allebei tegelijk poepen. Ik heb wat meer vertrouwen in de zindelijkheid van mijn oudste zoon, dus dochterlief gaat eerst. Hop. Zoon staat ondertussen te springen. Oja, en ik moet zelf ook al een behoorlijke tijd plassen. Maar als moeder heb ik geleerd die behoefte uren uit te kunnen schakelen. Bizar hè?

Tanden poetsen hoeft gelukkig niet meer en billen wassen vergeet ik vandaag maar even. Zoon is voorlopig nog wel bezig met poepen (is dat een mannending ofzo? Bij mijn dochter hoor je ‘plons’ en ze roept al dat ze klaar is) dus dochter gaat eerst naar bed. Bidden duurt me te lang, dus we zingen een liedje op kwartnoten. Ze heeft dorst, maar in de badkamer al twee keer water gedronken. Ik weiger standvastig, maar het kost me moeite. “Maar ik heb zo’n dohooorst.” Dat doet toch wel wat met je als moeder hoor. Gordijnen dicht, licht uit, elke gelegenheid om een nieuwe conversatie te beginnen afkappen, deur dicht en van opluchting even zuchten. Nog maar één te gaan.

De oudste komt gelukkig zelf al naar boven. We zingen snel een liedje (ja sorry hoor) en ik stop hem in. De laatste avonden spookt hij behoorlijk dus ik herinner hem eraan dat hij nu echt moet gaan slapen. “Ja maar ik kan niet slapen” zegt hij. “Hoe weet je dat nou? Je hebt het nog niet eens geprobeerd! Nou, dan lig je maar wakker,” besluit ik, “maar ik wil je er niet uit zien of horen.” Zodra ik naar beneden loop, gaat zijn kamerdeur open. Ik word boos. Het is super laat en hij blijft het proberen. Dan gaat hij op de kamer van zijn zusje rommelen of hij zoekt in onze bureaulades naar leuke kantoorbenodigdheden. Soms tref ik hem ’s avonds laat slapend aan met het licht aan en zijn gezicht in een stapel klam geworden LEGO-boekjes. Ik ga op wacht zitten tussen de twee kamers. In het donker. Het is voor zijn eigen bestwil, maar wat zou het fijn zijn als hij wat meer intrinsiek gemotiveerd raakt om te gaan slapen. Ik hoor zachtjes rommelen op de ene kamer en zingen op de andere kamer. De jongste hoor ik ook niet meer huilen. Langzaam wordt het stil in huis.

Uitgeput plof ik op de bank en schrijf ik deze blog. Want morgen ben ik weer vergeten wat een ramp het is om met je kinderen op stap te gaan, zonder man. Ik ben best tevreden. Het hele huis slaapt en ik ga dat zo ook maar doen denk ik. Welterusten!

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestEmail this to someonePrint this page

Reacties

  1. Ah, wat herkenbaar! ’t Is of ik hier m’n eigen verhaal lees! Zelf zet ik tegenwoordig de zitverhoger van oudste nog wel eens voorin, vooral na een drukke vermoeiende schooldag. Anders is het een kwartier lang gedoe op de achterbank… :-0

  2. Annemarie

    Herkenbaar inderdaad ;-). Maar wat betreft de auto, bij ons zit de oudste tegenwoordig met stoelverhoger altijd voorin. Geen getrek meer aan zijn broertje. En als we met zijn allen weggaan zit één van ons ook achterin en de oudste voorin. Ideaal!
    Ook om eventueel gevallen speelgoed of boekje aan te bieden ;-)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *